dinsdag 25 juni 2019

M01
HET BLAUWE FIGUURTJE

EEN
Bij zijn scheiding had Constant Michiels een minnelijke schikking getroffen met zijn vrouw Myriam zodat hij niet op straat was beland en mocht blijven wonen in het huis dat ze samen hadden gebouwd. Hij was een lening aangegaan om het deel van Myriam te betalen en nu was hij huiseigenaar voor het leven. Zijn huis, niet helemaal een villa had hij toch 'Villa Terpentijn' gedoopt, zo maar. De villa had twee slaapkamers maar Adrienne 'Adi' Callens, die bij hem was ingetrokken, sliep niet in een aparte kamer en dus ook niet in een apart bed.

Michiels was thuis gekomen van zijn werk op de redactie van De Auroor en zat in de woonkamer een aperitiefje te drinken terwijl Adi in de dooreenlopende keuken het avondeten stond te bereiden, waar ze goed in was. Hij doorliep de teksten van het grote verhaal dat hij voor zijn krant aan het schrijven was over de duistere kanten van de grootbanken, dat het voorwendsel van Myriam was geweest om van hem te scheiden.

Adi had een grote, witte voorschoot aangetrokken en niets daaronder, maar Constant liet zich vooralsnog niet afleiden, goed eten is de inleiding tot goede seks. Ze had het eenvoudig gehouden, geroosterde zeebaars op een bedje van spinazie en krielaardappels, weinig restaurants die zich met haar konden meten. Heel deze toestand ervoer Michiels als een zegen met de kwalijke bijgedachte dat zo iets nooit lang duurt. Na het maal bleven ze bij een laatste glaasje wijn even praten.
Hij vroeg of ze een bericht gekregen had van haar zoontje Danny, die naar zijn vader was in Congo

"Neen," zei Adi, "ik vrees dat zijn vader hem daar zal houden."
"Moet hij dan niet naar school," vroeg Constant, "en wat stelt een school daar voor."
"Dat valt wel mee, zijn vader is iemand van de betere stand en die hebben degelijk onderwijs. Maar ik verwacht het bezoek van een collega op de redactie van het vrouwenblad waar ik voor werk. Ze heeft me een heel verhaal gedaan en ik denk dat je haar zult kunnen helpen."

Michiels knikte, was er verder niet op in gegaan en begon opnieuw te lezen in zijn aantekeningen. Adi ging achter haar schrijfmachine zitten in de studie die Michiels met haar nu deelde. Een auto stopte op de straat en kort daarna ging de bel. Constant deed open en stond voor een vrouw van bij de dertig, zo te zien, een blondine die er een beetje verlept uitzag, niet bijzonder verzorgd, gespannen en toch aantrekkelijk. Op de straat voor het huis had ze haar auto geparkeeerd: een behoorlijk uit de kluiten gewassen SUV.
Adi kwam uit de studie de woonkamer in om de bezoeker te begroeten die ze aan Constant voorstelde als haar collega Marleen Biekens,
"Kom binnen," zei Adi, "Ga zitten en wat drink je."
"Een cognacje, niet te groot," zei ze.
"Begin maar te vertellen terwijl ik ons wat inschenk," zei Adi.

Marleen keek naar Constant en begon: "Kort na de dood van mijn vader in een auto-ongeluk heb ik kennis gemaakt met een vlotte kerel, John Ocksteyn. Ik stond in een brasserie op de middag een stukje te eten aan een statafel toen hij vroeg of hij mee aan de tafel mocht. En zo begon het. Hij was vriendelijk, maakte een complimentje, zei dat ik droeve ogen had alsof ik een groot verlies geleden had en vroeg of ik nog alleen was, toen had ik hem al door moeten hebben. Hij leek een geschikte vent en hij vroeg of we samen eens iets konden gaan eten, staandebeens aan een tafel was toch niet het ultieme. Uit het een volgde het andere, we kregen een relatie en ik liet hem bij mij intrekken. Bij mijn vader, hij was gepensioneerd maar had een bijverdienste om pakjes en personen te vervoeren van de vlieghaven naar plaatsen in België, Nederland n Duitsland als andere taxidiensten overbezet waren, had ik het goed. Zijn bankrekening was dik in orde en ik erfde het huis, een mooi huis op een redelijk stuk grond met een garage achter in de tuin, mijn moeder is zeer jong overleden.

"John was minzaam, gedroeg zich, hielp mee in het huishouden maar het was mij opgevallen dat hij in de tuin naar iets op zoek was. Ik dacht eerst dat hij de tuin wat wilde opruimen, stukken opnieuw aanleggen. Hij deed graafwerken in het kleine kreupelbosje helemaal achteraan de tuin, in huis klopte hij op alle muren, ook in de kelder. Toen ik hem vroeg wat hij aan het doen was, zei hij dat hij wilde nagaan of het huis geen onderhoudsbeurt nodig had. Hij snauwde bijna. Later verontschuldigde hij zich en verder gedroeg hij zich. Maar verleden week was hij verdwenen. Als ik thuiskwam van mijn werk en mijn auto in de garage wilde stallen zag ik dat de houten achterwand van de garage was opengebroken en ik stond voor een soort duiventil, allemaal hokjes die leeg waren. In die hokjes lagen kleine scherven als van beschilderde plaasteren figuren. In de tuin waren bandensporen van een veel grotere auto dan de zijne. Voor zijn eigen spullen die hij had meegenomen had hij geen zwaar vervoer van doen. Ik nam aan dat ik hem nooit meer zou weerzien, maar waarom, wij hadden geen ruzie gehad en ik was begonnen hem te aanvaarden zoals hij was.
"Wat deed John buiten bij jou inwonen?"
"Hij heeft een garage en handelt in occasieauto's, maar ik ben nooit wezen kijken en weet dus niet of dat waar is. Hij was dus uit mijn leven verdwenen tot op een keer, enige tijd na zijn verdwijning, liep ik hem op het lijf. Hij hielp een jonge, aantrekkelijke vrouw in een dure auto, een Ferrari. Ik sprak hem aan maar hij snauwde mij af, kende mij niet, beledigde mij met trut en waarschuwde mij hem met rust te laten. Wat kon ik doen tegen een gespierde, vechtlustige man. Ik ben ze gevolgd tot aan het huis waar ik ze de oprit zag inslaan. Het huis, een gewoon huis stond vooraan, in de vrij grote tuin met achterin een grote garage of werkplaats. Er stonden auto's van verschillende merken op het grasplein. Hij had dus niet gelogen over zijn garage. Maar wat kon ik doen, naar een advocaat of naar het gerecht lopen heeft geen zin, hij heeft mij niets misdaan, heeft mijn geld niet gestolen en kan iets meegenomen hebben maar ik weet niet wat. Misschien een postuur dat op de schouw stond."
"Een postuur," vroeg Constant.
"Ja, een blauw figuurtje van baksteen of zo. Niet veel bijzonders. Vader zei dat het zeker 2600 jaar oud was en waarschijnlijk afkomstig uit Cyprus en dat het duidelijk Phoenicische kenmerken had. Weet ik veel. Hij zei dat hij het eigenlijk niet in bezit mocht hebben. Hij had het meegebracht van een reis naar de middellandse zee. Vader voer veel op de Oostkust van de Middellandse zee en door het Suezkanaal, naar de havens van Irak en Iran."
"Het zal wel terracotta geweest zijn. En zo oud? Dan moet het  veel waarde hebben."
"Er was in elk geval veel meer te stelen in huis. Mijn betaalkaart bijvoorbeeld."
"Wat ik ga doen," zei Constant, duidelijk om haar tevreden te stellen, "mij kennen ze niet en ik ga op uitkijk staan bij die autohandel. Een keer kijken wat die mensen daar zoal doen. Geef mij maar het adres."

TWEE
In zijn weinig opvallende Renault Mégane had Constant Michiels  postgevat tussen de andere auto's die in de straat geparkeerd stonden. Hij had uitzicht op de oprit van het woonhuis en de Audi die er geparkeerd stond. Wachten duurt altijd lang, maar Michiels had beloofd eens poolshoogte te nemen en wilde woord houden. Na een uur of wat kwamen een vrouw en een man buiten langs de zijdeur. Ze droegen samen een pak, een grote doos gewikkeld in bruin papier, dat tamelijk zwaar leek te wegen. De man deed de koffer open en ze legden het pak in de kofferruimte. De vrouw stapte in en reed weg. De man liep naar de garage. Michiels liet de Audi wat voorsprong nemen en volgde dan van op enige afstand. Ze reed Brussel in en Michiels zag de Audi een grote toegangspoort naast een winkel binnenrijden. Hij vond parkeerruimte niet ver voorbij de winkel, stalde zijn voertuig en liep terug tot aan de winkel. De winkel had twee uitstalramen vol met oude voorwerpen, vazen, figuurtjes, borden, meubelstukken. Een antiquair dus, zoals op de vitrine geschilderd stond:
R. Meutermans - Antiquair.
Hij deed alsof hij belangstelling had voor de stukken in de uitstalling, maar gaf zijn volle aandacht aan wat er zich afspeelde achterin de toonzaal. Een man, de winkelier, onderstelde Constant, had het pak op een tafel gelegd. Hij deed de verpakking er af, deed de doos open en haalde er een grote, donkerblauwe vaas uit. De man bekeek de vaas met grote aandacht, betastte ze, legde ze terug in de doos en sprak een paar woorden met de vrouw. Dan nam hij de doos met de vaas op en droeg die weg. Kort daarna kwam hij terug en hield een bundel bankbriefjes in zijn hand. Die overhandigde hij de vrouw die ze natelde en in haar handtas opborg. Dan deed ze haar jasje uit en nam plaats achter een klein bureau en begon aan wat papier en schrijfwerk, ze was duidelijk in dienst van meneer Meutermans. Constant had genoeg gezien, tijd om zich uit de voeten te maken.

DRIE
Constant Michiels had een vergadering belegd met Marleen Biekens, Victor Goethals, Adi en hijzelf. Na de begroetingsborrel en de voorstelling gingen ze aan de grote tafel in de living zitten.

"Wat is er aan de hand," vroeg Victor. 
"Een misdaad," zei Constant, "althans dat onderstel ik toch. Het is maar een vermoeden, maar ik heb vermoedens dat de vader van Marleen Biekens vermoord is."
"Vermoord," voeg Marleen, "hoe kom je daar bij?"
"Het gaat om geld," zei Constant, "ik zit al lang genoeg in de journalistiek om te weten waar het meestal om gaat. Als het geen passionele moord is, gaat het om geld. Ik heb gezien hoe de vriendin van John een pak heeft afgeleverd bij antiquair Meutermans. Waarom ze zo in het gezicht bleven weet ik niet, dat was onvoorzichtig of ze waren zeker van hun stuk, het is tenslotte een antiekwinkel. In elk geval, ik zag de winkelier het pak openmaken dat de vriendin van John had binnengebracht. Er kwam een grote, blauwe vaas uit, een antieke, dat moet wel. Dit is mijn onderstelling. Marleen haar vader heeft veel op het Midden-Oosten gevaren. Ik neem aan dat hij in die havens contacten heb met handelaars die het niet zo nauw namen met de wetten die de cultuurschatten beschermen en dat hij beschermde kunstvoorwerpen wist uit het land te smokkelen. Kopers die voor zulke waar veel geld over hebben zijn er genoeg en certificaten zijn zo te vervalsen of ze krijgen ze erbij. Marleen, hoe en wanneer is je vader verongelukt?"
"Dat is niet duidelijk," zei Marleen. "Een auto-ongeluk was de vaststelling. Vader reed in zijn donkerblauwe Mercedes op de autosnelweg tussen Mechelen en Vilvoorde tegen de pijler van een brug, zijn auto schoot in brand en brandde uit. Van de auto bleef niet veel over en mijn vader was helemaal verkoold, ik heb hem niet meer mogen zien. Even was gedacht aan sabotage, maar dat was niet vast te stellen. Dat is nu zes maanden geleden."
"Geen getuigen?"
"Ja, maar die kwamen te laat. Ze konden niets meer doen."
"Er kan aan de auto geprutst zijn, maar dat is niet te bewijzen," zei Constant, "die John is een automecanicien, die kan met de benzine leiding hebben geprutst"
"Een moord dus," zei Victor Goethals, "dat is politiewerk."
"Ik kan altijd eens gaan rondneuzen tussen de tweedehandse auto's van John Ocksteyn. Die zou je vader tegen die paal kunnen gedrongen hebben," zei Michiels.

"Hé," zei Adi, "samen met Constant gaan wij een detectiveverhaal schrijven, we moeten dus op de details letten, zoals dat verdwenen beeldje in terracotta en de grote blauwe vaas door die antiquair gekocht."
"En wat in mijn garage is aangericht," zei Marleen, "in die vakken moet mijn vader voorwerpen hebben verstopt."
"Dat kan niet anders," zei Victor, om iets te zeggen.
"We hebben nog veel meer nodig om van deze zaak iets te maken," zei Constant. "Victor zou een bezoek moeten brengen aan de antiekwinkel van Meutermans en zich voordoen als een stroman, iemand die inkopen doet voor iemand die onbekend wil blijven. Victor zal dan wel eerst zijn licht moeten opsteken in de handel in antiek. Ik zal een kijkje gaan nemen in de garage van meneer John en doen of ik op zoek ben naar een auto uit tweede hand. Misschien vind ik wel een auto met een verdachte deuk en de verf van een andere auto in die deuk. Dan zouden we moeten kunnen uitmaken waar John die antiekschatten van Marleen verstopt heeft."
"Je gaat wel heel ver in je onderstellingen," zei Adi.
"Een onderzoeksjournalist moet dat doen," zei Constant.

                              VIER
Victor Goethals had in de stadsbibliotheek een paar boeken over antiek en archeologie opgehaald en er enkele algemene hoofdstukken in gelezen en ook de beschrijving van vazen en andere voorwerpen uit de Perzische, Egyptische, Syrische en Griekse oudheid en de foto's bekeken van vazen en eetgerei van duizenden jaren oud. Niet genoeg om een deskundige te woord te staan, maar daar wou hij zich niet voor uitgeven.
Met weinig zelfvertrouwen stapte hij de antiquaarwinkel van Meutermans binnen. De bel verwittigde de winkelier die op Goethals kwam toegewandeld, langzaam om hem niet te storen. Dan vroeg hij: "Kan ik u helpen, meneer?"
"Jazeker," zei Victor, "ik kom hier in opdracht van iemand die mij via een omweg gevraagd heeft om uit te zien naar een zeer oude, zeldzame vaas of kruik."
"Een omweg? Onwettig dus," vroeg de winkelier, "wie zegt u dat ik daar aan mee doe?"
"Het mag veel geld kosten," zei Victor, die niet verder inging op de opmerking van de winkelier.
"Een mooi stuk kost altijd veel geld. In het uitstalraam iets gezien," vroeg de winkelier.
"Veel ken ik er niet van," zei Victor, "maar al de voorwerpen die ik gezien heb lijken mij niet zo oud. Oud wel, natuurlijk maar geen eeuwen voor Christus. Zo veel weet ik er wel van."
"Wie zegt u dat ik die te koop heb. Zeer oude stukken zijn meestal beschermd door de landen waar ze vandaan komen."
"Dan kunt u mij niet helpen?"
"Misschien heb ik iets," zei meneer Meutermans, "komt u eens mee kijken naar de stukken die ik liever niet in de uitstalling zet."
Victor volgde de winkelier door een korte gang waar Meutermans een deur openmaakte.
"Twee sloten," merkte Victor op.
"Dit is een schatkamer," zei Meutermans, "die kan wat extra bescherming verdragen."
In de kamer stond een kleine toonbank. Tegen de muren hoge kasten met vele kleine deuren. Met een sleutel deed Meutermans een deur open, pakte er een vaas uit en plaatste die op de toonbank.
"Gisteren binnen gekregen," zei de handelaar.
"Is dat keramiek," vroeg Victor.
"Ik heb ook het getuigschrift van echtheid," zei de antiquaar, "dit is een alabastron met dieren- en schubbendecor in drie friezen, Korinthe, eerste kwart van de zesde eeuw v. Chr. De keramiek in Korinthe onderging invloeden uit Egyptische en Mesopotamische culturen. In de beschildering van de vazen drongen oosterse compositieschema's en motieven met dieren en planten door. In diezelfde tijd werden sinds het begin van de zesde eeuw v. Chr. in Attika vazen met zwarte figuren vervaardigd, keramiekvazen met lusterbeschildering en ingekraste tekening. De oudste soort aardewerk heeft een natuurlijk gekleurde poreuze scherf. Maar ik ga deze alabastron niet laten vallen om de scherf te keuren." Hij zei het half lachend half ernstig. 
"Ziet er goed uit," zei Victor, "hoeveel zou deze vaas kosten, dan kan ik mijn opdrachtgever een voorstel doen."
"Tien miljoen frank," zei Meutermans zonder verpinken, "en ik zou niet te lang wachten, zulke stukken zijn zeldzaam. Ze mogen het land niet meer uit."
"Je hoort nog van mij," zei Victor, gaf een handdruk en vertrok.

VIJF
Victor doet in de woonkamer verslag aan Constant, Adi en Marleen van zijn bezoek aan de antiquair.
"We mogen er zeker van zijn," zei Victor, "dat de spullen die die kerel heeft getoond eens in het bezit waren van Adi."
"Ja, maar hoe is hij daar achter gekomen," vroeg Constant.
"Die bediende," zei Victor, "is het vriendinnetje van John, dat is nogal duidelijk. Zij was er getuige van dat je vader regelmatig stukken bracht naar Meutermans en dat heeft ze ongetwijfeld doorverteld aan haar vriend John."
"Als we daar van uitgaan," zei Constant, "en dat doen we, moeten we het bewijs zien te vinden dat John je vader heeft vermoord om zijn antieke schatten te kunnen roven."
"Dat is toch het werk van de politie," zei Marleen.
"Zeker," zei Constant, "maar dan gaat die verder zoeken, dan vinden ze de rest van de antieke voorwerpen die eigenlijk Adi haar erfenis zijn."
"Geheel buiten de wet," zei Victor, "maar niemand is er bij gebaat dat de staat die stukken in beslag neemt, ook de staat zelf niet. Ik zeg dat om mijn geweten te sussen."

Constant zei: "Ik kan eerst even gaan kijken naar zijn garage en doen alsof ik op zoek ben naar een goede tweede hands. Mogelijk kom ik uit op een auto met een deuk, daar kan ik vragen bij stellen."
"Wees voorzichtig," zei Marleen, "het is geen kat om zonder handschoenen aan te pakken."
"Ik ook niet," zei Constant, "ik ben niet voor niets opgeleid bij de militaire politie, je weet wel, die mannen die het de dienstplichtigen zo moeilijk maken. Ik heb morgen de ochtend vrij, dan begin ik er aan."

ZES
Michiels reed met zijn Mégane naar het adres van John Ocksteyn. Hij reed de oprit op, liet zijn auto achter en liep de garage binnen. Er was niemand en Constant riep "Volk" maar kreeg geen antwoord. Hij liep naar het grasplein waar nogal wat auto's stonden, sommige zwaar beschadigd, andere met alleen maar deuken en schrammen. Hij keek uit naar een beschadigde auto met verfstreep van een andere kleur dan de auto zelf. De vader van Marleen haar vader was een donkergroene Mercedes en Constant zocht naar een beschadigde auto met donkerblauwe verfsporen op de schokbreker of een ander deel van een beschadigde auto. Op een grijze Porsche vond Constant een lange, blauwe streep op de schokbreker en een flinke deuk in de linkerportier, eveneens met groene verfstrepen.

Constant liep de garage binnen toen een stevige kerel in overal ook binnenkwam en aan de werkbank ging staan.
"Kon jij eerste niet bellen," vroeg de man die John Ocksteyn moest zijn.
"Ik heb de bel niet gezien," zei Constant, "ik ben op zoek naar een goede auto met niet te veel kilometers op de teller. Als er maar niet mee geknoeid is."
"Ik knoei niet met auto's," zei John, "wat had je in gedachten?"
"Al eender," zei Michiel, "het mag een sportmodel zijn. Die grijze Porsche staat mij wel aan."
John bekeek Constant en zei: "Die Porsche is niet te koop. Het is de mijne."
"Kijk verder maar eens rustig rond," zei John, "als je vragen hebt roep mij dan maar."
"Zal ik doen," zei Constant, "maar heb je een ongeluk gehad met die Porsche? Er is nog veel werk aan.""
"Dat zijn je zaken niet," zei Johan. "Verder niets gezien dat je aanstaat? Er is keuze genoeg."
"Dat leek me een redelijk zwaar accident," hield Constant vol, "aangifte gedaan bij de politie."
"Waarom zou ik, de tegenpartij was in de fout en wilde het lever met mij regelen."
"Ik heb een ander verhaal gehoord," zei Constant, "dat jij iemand tegen een paal hebt geramd, de auto in brand hebt zien schieten  en vluchtmisdrijf hebt gepleegd.
"Wie ben jij," vroeg John, "wil je eens maken dat je wegkomt, of ..."
"Of wat?"
"Ik klop je hier weg, ik heb geen behoefte aan curieuze neuzen."

John haalde uit om Constant een vuistslag te geven, maar die ontweek de slag, haalde uit en trof John volop op de slaap. John zeeg in elkaar en Michiels vond een eind touw waar hij John de handen mee op de rug bond. Dat had hij van zijn tijd bij de militaire politie onthouden.

Constant haalde  zijn GSM uit zijn zak en belde Adi dat die samen met Marleen met de SUV moest komen. Zo snel als kon, er was geen tijd te verliezen.

Tegen dat Adi en Marleen op de oprit kwamen was John weer bij zijn positieven. Hij vloekte dat hij hen wel zou weten te vinden maar de drie gingen op zoek in de garage. In een opslagplaats voor olie en onderdelen stonden vonden ze een twintigtal dozen met daarin plaasteren voorwerpen als vazen en figuren, kleinere en grotere tot een halve meer groot.

"Dat zijn plaasteren prullen," zei Adi teleurgesteld.
"Niet waar," zei Constant, "dat zijn stukken waarvan sommige tot drie- vierduizend jaar oud zijn. Kom, we laden ze in de Suv." Hij nam een vaas uit een doos en met een licht hamertje dat op de werkbank lag sloeg hij op de vaas. Er sprongen stukken plaaster af en een vaas kwam te voorschijn.
"Zo deed de vader van Marleen dat," zei Constant, "zo kon hij de stukken uit die Oosterse landen smokkelen,. Wie geeft er nu om een plaasteren vaas."
"Jij weet toch veel," zei Adi.
"Een onderzoeksjournalist is van alle markten thuis."
"Wat doen we met John," vroeg Marleen.Adi.
"Jullie vertrekken nu, laad alles weer in die vakken, timmer de wand weer dicht en ruim die plaasteren scherven op. Vroeg of lat Marleen krijg jij de politie tuis, je moet ze het nietin hun gezicht gooien, ik bel nu de politie," zei Constant, "ik vertel ze dat John vluchtmisdrijf heeft gepleegd en waarschijnlijk iemand heeft vermoord. Dan zit hij voor jaren vast en kan Marleen rustig verder leven, met de schat die haar vader heeft nagelaten. Je gaat toch niet denken dat ik die gaan overdragen aan de staat."
"Maar als John alles tegen de politie verteld," zei Marleen ongerust."Dan vinden ze mij en pakken me op wegens heling van beschermde stukken antiek."
"Als hij dat doet," zei Constant, die zag dat John tekens gaf van weer bij bewustzijn te komen, "bekent hij een moord."
"En die vrouw of minnares van John," vroeg Marleen.
"Als ze het slim speelt met die antiekhandelaar kan ze hem heel wat afpersen, zei Constant, "hop, verdwijn nu maar."

Geen opmerkingen: